Een van de gasten was de or-voorzitter van DSB. Een stevig type dat er geen doekjes om wond: ‘onze Dirk is een held en DSB moet blijven’.
Ik kon me goed voorstellen dat ze een pleidooi hield voor het niet failliet laten gaan van haar bank. Een or moet immers voor zijn medewerkers opkomen. Dat ze zo pal achter haar directeur stond, vond ik moeilijker te begrijpen. Natuurlijk, hij is, ik moet nu zeggen was, immers de organisatie. Echter, daar in schuilt ook een groot gevaar. Want wat doe je als or met een baas die zichzelf zo identificeert met zijn club? Ok, je wilt niets liever dan bevlogenheid en hart voor de zaak van het management. Maar wat als het management daar in doorschiet? Als de scheidslijn tussen hobby en bedrijf, privé en zakelijk steeds vager wordt. En als ook het zicht op de werkelijkheid steeds vager wordt. Je denkt als medewerker dan toch dat hij, die hart en ziel in het bedrijf stopt, het nooit zover zal laten komen. Dat hij ook oprecht en eerlijk vecht voor de goede zaak, net als ‘wij allemaal’. En dan komt de klap. De directeur, die je het liefst als een zorgzame vader wilt zien, blijkt het zicht op de werkelijkheid totaal uit het oog te hebben verloren. Je kunt het niet geloven, denkt aan de ‘conspiracy’ van het grootkapitaal: zij hebben ons te gronde gericht, ons bedrijf kapot gemaakt.
Ik weet niet of de or van DSB hier iets aan had kunnen doen. In ieder geval staat voor mij wel vast dat een or in deze moeilijke tijden goed financieel onderlegd moet zijn. En als het te ingewikkeld wordt? Tsja, de vraag is of we het zo ver moeten laten komen. Ik hoorde laatst iemand zeggen dat als een financieel adviseur hem niet goed kon uitleggen wat zijn product inhield, hij zeker niet op het aanbod in ging. Een lineaire hypotheek, dat kon hij nog net begrijpen…




