Na een melding gaat de Arbeidsinspectie op 26 november 2018 langs op een locatie in Noordwijkerhout. Daar voert een bedrijf asbestsaneringswerkzaamheden uit. Het gaat om het verwijderen van golfplaten van een dak van een loods. Daarbij gebruiken de werknemers een torenkraan met werkbak.
Handelen in strijd met handleiding werkbak
De inspecteur constateert dat bij het gebruik van die werkbak alle zes punten uit de gebruikershandleiding niet zijn opgevolgd. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) legt het bedrijf een boete op van € 1.800. Dit wegens overtreding van artikel 7.3, tweede lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit (geschiktheid arbeidsmiddelen).
Het bedrijf vecht de boete aan bij de rechtbank Gelderland. Die oordeelt dat de werknemers van het bedrijf in strijd met de voor de werkbak geldende handleiding hebben gehandeld. Daarmee is artikel 7:3, tweede lid van het Arbobesluit is overtreden.
Waar gingen de werknemers in de fout?
De werknemers hebben in strijd gehandeld met punt 1 van de gebruikershandleiding van de werkbak door deels buiten de werkbak te treden. De handleiding staat evenmin vervoer van personen met een werkbak toe, terwijl dit wel gebeurde. Daarnaast is punt 3 van de handleiding geschonden omdat de werkbak boven het dak van de schuur hing toen de werknemers gedeeltelijk uit de bak traden.
Verder is sprake van schending van punt 4, omdat de werkbak niet op het dak rustte en er daarmee botsgevaar bestond. Ook is punt 5 geschonden, omdat de werknemers gebruikmaakten van valstopbeschermers met lange lijn en valstopblokkers. Dit in plaats van de voorgeschreven positioneringslijnen. Omdat dit ook geldt voor het feit dat de zijkant van de werkbak open was, is ook sprake van schending van punt 6, aldus de rechtbank.
De boete blijft dus staan. Het bedrijf besluit vervolgens de zaak aan te kaarten bij de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State (hierna de Afdeling).
Zicht op legalisering personenvervoer in werkbak
In hoger beroep voert het bedrijf aan dat er concreet zicht bestond op legalisatie van het vervoer van personen in werkbakken. In een brief van de minister van SZW van 27 september 2018 is deze wijziging al aangekondigd. De wijziging houdt volgens het bedrijf onder andere in dat het is toegestaan om personen te vervoeren in een werkbak met een torenkraan die daar niet voor bedoeld is. En dat de klep aan de voorzijde van de werkbak niet gesloten hoeft te blijven.
In artikel 7:18, vierde lid van het Arbobesluit (hijs- en hefwerktuigen) is het gebruik van hijskranen voor het vervoer van personen verboden. Artikel 7:23d, tweede lid van het Arbobesluit geeft uitzonderingsgronden voor dat verbod. In zijn brief van 27 september 2018 heeft de minister aangekondigd dat hij de regels voor de inzet van werkbakken aan hijskranen voor het vervoer van personen zal aanpassen. Op 1 juli 2020 zijn de in artikel 7.23d opgenomen uitzonderingsgronden aangepast.
Boete betreft andere vertreding
Aan het bedrijf is echter geen boete opgelegd voor overtreding van artikel 7:18, vierde lid, maar voor overtreding van artikel 7:3, tweede lid van het Arbobesluit (geschiktheid arbeidsmiddelen). De Afdeling stelt vast dat daaruit blijkt dat de boete is opgelegd omdat de werkbak niet overeenkomstig de handleiding is gebruikt. En dus niet omdat er geen torenkraan mocht worden ingezet.
Handleiding werkbak zou niet aansluiten op praktijk
Het bedrijf stelt vervolgens dat de handleiding niet van toepassing is, omdat deze niet aansluit op de praktijk. Zo zal een werkbak aan een hijskabel nooit geheel op het dak rusten. Ook bevinden zich aan de voorzijde banden tegen botsgevaar.
Daarnaast betoogt het bedrijf dat de gebruikte valstopblokapparaten veilig en noodzakelijk zijn. Als de positioneringslijnen waren gebruikt, zou niet zijn voldaan aan de eis in de handleiding om korte lijnen met valdemper te gebruiken. Er bestaat volgens het bedrijf geen andere werkbare werkwijze die voldoet aan de vereisten van de arbeidsomstandighedenwetgeving.
Daarnaast voert het bedrijf nog aan dat de werkzaamheden fysiek te belastend zijn voor werknemers als zij met beide voeten in de werkbak zouden moeten blijven staan.
Afwijkend gebruik veiliger? Dat is niet aangetoond
De Afdeling ziet onvoldoende bewijs dat het gevaar voor de gezondheid van de werknemers met de voorgeschreven werkwijze groter is dan wanneer zij het instabiele golfplaten dak betreden.
De minister heeft toegelicht dat positioneringslijnen de val voorkomen en valstopapparaten de val alleen breken. Het bedrijf heeft niet kunnen overtuigen dat het onmogelijk is de voorgeschreven positioneringslijnen te gebruiken.
Daarnaast valt de eventuele fysieke belasting voor werknemers doordat zij niet uit de werkbak mogen stappen te beperken door de werkbak steeds tot de juiste hoogte te verplaatsen. Of door werknemers elkaar voldoende af te laten wisselen.
De conclusie is en blijft dat de handleiding op meerdere punten is geschonden. En dat de werkbak niet is gebruikt in overeenstemming met het doel en op de wijze waarvoor de werkbak is ingericht. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat artikel 7:3, tweede lid van het Arbobesluit is overtreden, aldus de Afdeling.
Bron: Raad van State 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:940












