Een echte arbeidsovereenkomst voldoet aan alle criteria, zoals de verplichting voor de werknemer om arbeid te verrichten. Is dat niet het geval, dan is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst.
Achtergrond
In deze zaak gaat het om twee voormalige echtelieden die een slimme manier hadden verzonnen om alimentatieverplichtingen te omzeilen. De man trad in dienst van het bedrijf van de vrouw op basis van een overeenkomst waarop ‘arbeidsovereenkomst’ stond. Er kon dan loon worden betaald in plaats van alimentatie. Toen ‘de werkgever’ op enig moment de betaling staakte, stelde ‘de werknemer’ dat het normale ontslagrecht moest worden toegepast en vroeg in kort geding betaling van het loon vanaf november 2010. Hij kreeg echter ongelijk, omdat niet voldoende aannemelijk was dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. De man was het hiermee oneens en ging in hoger beroep om betaling van zijn salaris te vorderen.
Oordeel
Het hof oordeelde dat de aard van de overeenkomst niet enkel wordt bepaald door de naam die eraan is gegeven. Bij het vaststellen van de overeengekomen verplichtingen moet gelet worden op alle omstandigheden. De bedoeling van de overeenkomst, kan worden afgeleid uit de wijze waarop partijen uitvoering aan de overeenkomst hebben gegeven. De man vond dat er geen sprake was van een schijnconstructie, omdat hij bijna vijf jaar loon had ontvangen waarover loonbelasting en sociale premies waren afgedragen. Hij zag niet in welk fiscaal voordeel hiermee behaald kon worden. Het bedrijf van zijn ex-echtgenote kon echter op heldere wijze uiteenzetten welk financieel voordeel de ex-echtgenote en haar toenmalige partner, hadden genoten. Er was voldoende bewijs dat de man niet werkzaam was voor het bedrijf. Aangezien de betrokken partijen niet de bedoeling hadden gehad om de ‘werknemer’ daadwerkelijk arbeid te laten verrichten, was er dus geen sprake van een arbeidsovereenkomst, ook al werd het wel zo genoemd. Het ontslagrecht is dan ook niet van toepassing.
Commentaar
In de praktijk gaan partijen regelmatig uit van de titel van de overeenkomst, zonder verder onderzoek te doen. Dit gebeurt met name bij de opdrachtovereenkomst. Partijen vinden zichzelf ‘opdrachtgever’ en ‘freelancer’, sturen facturen en betalen netto-bedragen. Als de fiscus of het UWV tot een andere conclusie komt, kunnen onder meer naheffingen en boetes volgen. Als de rechter oordeelt dat er geen sprake is van een opdrachtovereenkomst, maar van een arbeidsovereenkomst, is het gewone ontslagrecht van toepassing en kan bijvoorbeeld een ontslagvergoeding worden toegekend.
Wees dus altijd alert op de bedoeling en de inhoud van een overeenkomst, maar ook op de manier waarop de overeenkomst feitelijk wordt uitgevoerd. Dat is doorslaggevend voor de kwalificatie van een overeenkomst.
Gerechtshof Leeuwarden, 24 december 2013, nr. 200.125.387/01
Auteur: Chris Nekeman is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
TIP
Meer interessante en relevante jurisprudentie vind je in Rechtspraak voor Medezeggenschap.












