Het or-lid zou handelen op basis van geruchten en weigeren deze te onderbouwen. Tevens trekt hij het handelen van de or in twijfel en conformeert hij zich niet aan afspraken. Daarnaast zou hij zich schuldig maken aan stemmingmakerij. Volgens de or heeft het lid verschillende petten op en laat hij zich uit hoofde van al die rollen kritisch uit. Nu werknemers hem niet los kunnen zien van zijn or-lidmaatschap, zijn bepaalde uitlatingen schadelijk voor de or. Het lid is niet bereid mee te werken aan een oplossing (via mediation). Het or-lid vindt dat hij onterecht wordt neergezet als dwarsligger. Hij handelt niet op basis van geruchten, maar noemt alleen geen ‘namen en rugnummers’ van zijn informatiebronnen. Wat hem betreft zal de verdere samenwerking op een professionele wijze verlopen.
Oordeel kantonrechter
Vast staat vast dat de samenwerking ernstig is verstoord. Het vertrouwen in het or-lid is unaniem opgezegd. Op basis van de beperkte informatie die de or krijgt, kan hij weinig ondernemen richting de bestuurder. Het is de taak van een or om de betrouwbaarheid van informatie te controleren. Bij gebrek aan onderbouwing kan de or deze signalen alleen kwalificeren als geruchten. Een individueel lid dat in het openbaar opmerkingen maakt die in strijd zijn met de binnen de or gemaakte afspraken, belemmert de samenwerking tussen hem en de overige leden. De geloofwaardigheid wordt daarmee beschadigd. Een or-lid maakt deel uit van de or en moet zich dan ook conformeren aan de or-standpunten en deze naar buiten toe uitdragen, ook al heeft hij een andere mening.
Aan de inzet en betrokkenheid van het or-lid wordt niet getwijfeld. Kennelijk geniet hij steun en waardering vanuit verschillende geledingen uit de organisatie. De or moet echter alle medewerkers vertegenwoordigen en op constructieve wijze met de bestuurder overleggen. Als hij daarin ernstig wordt belemmerd, gaat dit ten koste van iedereen. De or heeft voldoende onderbouwd dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie waarin artikel 13 WOR kan worden toegepast. Het or-lid wordt per direct van zijn or-werkzaamheden uitgesloten.
Commentaar
Over artikel 13 WOR zijn weinig uitspraken te vinden, maar in de uitspraken die er wél zijn, is een duidelijke lijn zichtbaar. Bij de wens om een or-lid uit te sluiten is terughoudendheid gepast. Er moet sprake zijn van een ‘uitzonderlijke situatie’ wil een or (of een bestuurder) zich met succes kunnen beroepen op dit artikel. Kennelijk had het dit or-lid het dusdanig ‘bont gemaakt’ dat hier sprake is van zo’n situatie. Hij lijkt uit het oog te zijn verloren dat voor een behoorlijke functievervulling een onbelemmerde samenwerking noodzakelijk is. Door niet mee te werken aan mediation, heeft hij geen blijk gegeven zich te willen inzetten voor een goede samenwerking. Daarmee is hij het doel van zijn functie, volledig voorbij gegaan.
Kantonrechter Eindhoven, 29 januari 2015, JAR 2015/44
Auteur Esther Burgers is advocaat bij Boontje Advocaten te Amsterdam












